Renoveren moest in Brussel de energiefactuur verlagen… Maar de steunmaatregelen vonden niet in alle wijken even vlot hun weg!

Een energetische renovatie is geen klein bier. En dat is nog zacht uitgedrukt: in het Brussels Gewest werd 61% van de woningen vóór 1960 gebouwd, tegenover 35% in Vlaanderen en 57% in Wallonië. Op 1 januari 2025 beschikte amper 44% van de woningen over een geldig EPC-certificaat. Van de certificaten die in 2024 werden opgesteld, behaalde nog 34% een energiescore F of G, die wijzen op een bijzonder hoog energieverbruik. Dat meldt Leefmilieu Brussel.
De gewestelijke doelstelling is nochtans ambitieus: het gemiddelde verbruik van het woningbestand tegen 2050 terugbrengen tot 100 kWh per vierkante meter per jaar, ongeveer drie keer minder dan bij de start! De Renolution-strategie moest bijdragen aan deze grote klimaatrenovatie, onder andere via premies die eigenaars aanmoedigden om werken uit te voeren…
Bijna 279 miljoen euro verdeeld
Tussen 2022 en 2025 vertegenwoordigden de Renolution-premies bijna 279 miljoen euro, verspreid over 33.126 dossiers. 79% van de bedragen financierde ingrepen die de energieprestaties verbeterden: dak- en gevelisolatie, luchtdichtheid, beglazing, verwarming en ventilatie behoorden tot de belangrijkste ondersteunde werken. Alleen al dakisolatie en dakafdichting, samen met gevelisolatie, waren goed voor 46% van de toegekende bedragen, meldt het BISA.
Het probleem wordt zichtbaar wanneer de bedragen op een kaart worden weergegeven. Het gewestelijke gemiddelde bedraagt 47.292 euro aan premies per 100 woningen, maar varieert, afhankelijk van de onderzochte wijk, van 2.779 tot maar liefst 170.179 euro. De steun concentreert zich sterk in het zuidoosten van de ‘tweede kroon’, vooral in Ukkel, Watermaal-Bosvoorde, Oudergem en Sint-Pieters-Woluwe. De Vijfhoek en heel wat wijken in de buurt van het kanaal noteren daarentegen duidelijk lagere bedragen…
Huizen halen het grootste voordeel binnen
Een deel van het verschil valt te verklaren door het woningtype. Eengezinswoningen vertegenwoordigen slechts 14% van het Brusselse woningbestand, maar ontvingen 44% van de bedragen. Hun eigenaar kan doorgaans zelf beslissen om een dak te vervangen of een gevel te isoleren. In een mede-eigendom zijn voor dezelfde werken akkoorden, algemene vergaderingen en soms een uithoudingsvermogen nodig dat niet zou misstaan tijdens een administratieve marathon.
Ook het bewonersstatuut speelt een grote rol! Slechts één Brusselse woning op de drie wordt door de eigenaar bewoond, maar eigenaar-bewoners ontvingen 51% van de bedragen. Zij profiteren rechtstreeks van het extra comfort en de lagere facturen. Verhuurders financieren daarentegen de werken, terwijl de energiebesparing vooral de huurders ten goede komt. Dit eigenaar-huurderdilemma vertraagt volgens het rapport de renovatie van de huurmarkt, waarop de woningen nochtans vaak minder energiezuinig zijn…
Toegankelijke steun… op voorwaarde dat je kan beginnen
Zelfs bij een vergelijkbaar woningbestand ontvingen verschillende welgestelde wijken in het zuidoosten meer steun dan verwacht! Het noorden, westen en centrum van Brussel blijven vaker onder die raming. De studie kan daar geen enkele oorzaak voor aanwijzen, maar wijst wel op de vermoedelijke rol van financiële middelen, administratieve kennis en het vermogen om de werken te organiseren.
Het systeem steunde grotendeels op de terugbetaling van uitgaven die al waren gedaan! En enkele duizenden euro’s voorschieten is geen detail, zeker niet voor gezinnen met een beperkt inkomen… De evaluatie van de Renolution-alliantie erkent trouwens dat dit mechanisme mensen kan uitsluiten die niet over voldoende liquide middelen beschikken…
Om de energietransitie echt sociaal te maken, volstaat het niet om hogere steunpercentages toe te kennen aan lage inkomens: de werken moeten ook vooraf worden gefinancierd, mede-eigendommen moeten beter worden begeleid en de meest energieverslindende woningen moeten prioritair worden aangepakt!