Groene stroom produceren blijft essentieel. Maar wanneer iedereen tegelijk produceert, kan die elektriciteit soms… minder dan nul waard zijn! En dat fenomeen kan prosumenten benadelen…

Om de Vlaamse beslissing te begrijpen, moeten we beginnen bij een bijzonderheid van de elektriciteitsmarkt: op elk moment moet er een evenwicht zijn tussen wat er wordt geproduceerd en wat er wordt verbruikt. Op een erg zonnige en winderige zondag kunnen zonnepanelen en windturbines bijvoorbeeld enorm veel produceren, terwijl bedrijven en gezinnen relatief weinig verbruiken! Het gevolg: er is tijdelijk te veel elektriciteit beschikbaar.
Op de groothandelsmarkt, waar producenten en leveranciers elektriciteit kopen en verkopen, kan de prijs dan onder nul zakken. Dat betekent dat sommige producenten bereid zijn te betalen om hun elektriciteit te blijven injecteren in plaats van hun installatie stil te leggen! Dat fenomeen is allang geen uitzondering meer. De Vlaamse nutsregulator VNR, de vroegere VREG, telde in 2025 zo’n 520 uren met negatieve stroomprijzen. Dat is goed voor ongeveer 6% van alle uren in het jaar.
Let wel: dat betekent niet dat elektriciteit automatisch gratis wordt voor jou als consument! Een factuur bevat ook netkosten, belastingen en andere kosten. Kortom: negatieve prijzen zijn in de eerste plaats een fenomeen op de groothandelsmarkt.
Waarom grijpt Vlaanderen nu in?
Vlaanderen ondersteunt al jaren bepaalde installaties voor hernieuwbare energie, onder meer via groenestroomcertificaten (zie hieronder). Er bestond al een regel om deze situatie te vermijden, maar die was vrij soepel: de prijzen moesten minstens zes opeenvolgende uren negatief blijven voordat bepaalde certificaten niet langer werden toegekend!
Vanaf 1 januari 2027 verandert die regel grondig: een periode van minstens een kwartier met negatieve prijzen zal volstaan. Voor de productie tijdens die periode worden dan geen certificaten toegekend. Het is dus enkel de steun voor die specifieke momenten die wegvalt, niet alle steun voor de installatie!
Heeft dit een impact op je installatie thuis?
Voor de overgrote meerderheid van de particulieren: nee. De nieuwe regel geldt niet voor installaties met een vermogen van minder dan 400 kW. Voor installaties die sinds 1 januari 2026 in gebruik zijn genomen, ligt de grens op 200 kW. Een klassieke residentiële zonnepaneleninstallatie zit daar ruimschoots onder!
De maatregel viseert dus vooral veel grotere installaties die nog onder het certificatensysteem vallen. Het gaat dan onder andere om professionele zonnepaneleninstallaties, maar ook andere vormen van hernieuwbare productie en sommige installaties voor warmtekrachtkoppeling, die tegelijk warmte en elektriciteit produceren.
Volgens de nota van de Vlaamse regering kan de hervorming de steunkosten tussen 2027 en 2035 in totaal met ongeveer 179 miljoen euro verlagen.
En na Vlaanderen verandert heel Europa mee
De uitdaging wordt intussen Europees. In 2025 leverden hernieuwbare energiebronnen ongeveer de helft van alle geproduceerde elektriciteit in de Europese Unie. Met meer zonne-energie zakken de prijzen op bepaalde uren van de dag sterk, maar de verschillen tussen goedkope en dure uren worden tegelijk groter. Volgens ACER, het agentschap dat de verschillende Europese energieregulatoren samenbrengt, waren de dagelijkse schommelingen van de groothandelsprijzen ongeveer vijf keer groter dan in 2020! De vraag is dus niet langer alleen hoe we groene energie produceren, maar vooral hoe we het overschot kunnen opslaan…