De variabele rentevoet wordt al eens vergeleken met een gokje in het casino: je kan winnen of verliezen, afhankelijk van de evolutie van de rente op de markt. Maar welk risico loop je echt? Dit zijn 3 regels die even belangrijk als onbekend zijn, en bepalen hoe de rente mag variëren doorheen de looptijd.

Hoewel de variabele rente in België niet meteen populair is (Belgen verkiezen duidelijk een vaste rentevoet), maakt ze sinds de rentestijgingen stilaan een comeback. De formule is uiteraard risicovoller dan een vaste rente, maar ze is gebonden aan strikte regels die dat risico enigszins beperken. Dit zijn de drie belangrijkste:
1. De rente mag hoogstens verdubbelen
De variabele rentevoet mag nooit met meer dan 100% stijgen. Stel: je begint met een rente van 3%, dan mag die doorheen de looptijd nooit hoger worden dan 6%.
2. De maximale schommeling moet gelijk zijn naar boven en naar beneden toe
Bijvoorbeeld: als je start met een rente van 4% en het plafond op 7% ligt, dan kan de rente ook dalen tot 1% (+3% en -3%).
3. Niet meer dan één procent per jaar
Bij een jaarlijkse herziening mag de rente niet met meer dan 1% per jaar stijgen.
Wil je alles weten over rentevoeten? Klik dan hier.