Als je een woning wil huren van iemand die daar het vruchtgebruik op heeft, riskeer je soms dat de huur vroeger eindigt dan dat je wel wil. Wat zegt het nieuwe wetboek goederenrecht daarover en met welke spelregels moet je rekening houden?
Verhuren mag
In het nieuwe wetboek goederenrecht dat op 1 september eerstkomende in werking treedt wordt als principe aangegeven dat een vruchtgebruiker de goederen waarop hij een vruchtgebruik heeft wel degelijk mag verhuren. Sluit je met zo’n vruchtgebruiker dus een huurovereenkomst af dan is die in principe ook geldig. Tot daar is er dus geen enkel probleem.
Er zijn grenzen
Toch is het niet zeker dat je de ganse duur van de huurovereenkomst mag blijven wonen in het pand. Als de vruchtgebruiker bv. overlijdt en er aan het vruchtgebruik een einde komt, dan loopt de huur niet onbeperkt verder. Dat gebeurt dan namelijk voor ten hoogste drie jaar waarna de huur van rechtswege ten einde komt, tenzij de blote eigenaar (die dan intussen volle eigenaar is geworden) natuurlijk akkoord zou gaan om je toch nog langer te laten huren.
De verhuurder overlijdt dadelijk
Overlijdt de verhuurder-vruchtgebruiker tussen het moment dat je de huurovereenkomst met hem of haar tekent en de begindatum van de huurovereenkomst, dan geldt er een afwijkende regeling. In dat geval kan je de huur ‘vergeten’. Volgens de nieuwe wet krijgen gebruiksrechten die door de vruchtgebruiker werden toegestaan en die nog niet in uitvoering zijn bij het einde van het vruchtgebruik nu eenmaal geen uitwerking.
Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)