Voor heel wat mensen was het een fiscaal cadeau dat moeilijk te verantwoorden viel! Het was immers voorbehouden aan eigenaars van meerdere panden.

Vanaf de volgende belastingaangifte zal de aftrek van intresten op hypothecaire leningen voor een woning die niet als hoofdverblijfplaats wordt gebruikt, niet langer mogelijk zijn. Deze beslissing stond zwart op wit in het regeerakkoord dat begin 2025 werd gesloten door de federale regering. Maar zoals wel vaker met fiscale veranderingen zorgde de maatregel in afwachting van de definitieve uitwerking voor enige onduidelijkheid. En die verduidelijking is er nu!
Geen retroactiviteit, wel een duidelijke datum
Jan Jambon (N-VA) bevestigde in het Parlement dat de afschaffing niet retroactief zal toegepast worden. Juridisch is het onmogelijk om terug te komen op de inkomsten van 2024. Resultaat: de maatregel zal van toepassing zijn vanaf de belastingaangifte van 2026.
Oude leningen ook geviseerd
Tot nu toe was de regel al duidelijk voor nieuwe kredieten: sinds 2024 geven nieuwe hypothecaire leningen voor een pand dat geen hoofdverblijfplaats is, geen recht meer op het fiscaal voordeel. Het nieuwe element is dat de regering heeft beslist om nog verder te gaan. Ook voor leningen die voor eind 2023 werden afgesloten, geldt dit voordeel niet langer.
Laat er geen misverstand over bestaan: wanneer er gesproken wordt over het ontbreken van retroactiviteit, betekent dit uiteraard dat de betrokken eigenaars de reeds genoten voordelen niet moeten terugbetalen!
Waarom is deze afschaffing voor velen ‘logisch’?
De voorbije jaren schaften de Gewesten de belastingvermindering voor de hoofdverblijfplaats al af. Enkel die voor de tweede woning bleef nog bestaan, aangezien die na de zesde staatshervorming onder de federale bevoegdheid bleef vallen. Een zekere incoherentie, zullen sommigen zeggen, al kan men aanvoeren dat dit fiscaal voordeel ‘kleine’ eigenaars toeliet om meer te investeren in hun verhuurde panden…