Voor 2026 hebben maar liefst 86 gemeenten hun opcentiemen op de onroerende voorheffing verhoogd, terwijl 46 andere hun aanvullende belasting op de personenbelasting (APB) hebben opgetrokken. In totaal hebben meer dan honderd gemeenten minstens één van deze twee fiscale hefbomen aangescherpt, waarvan 24 beide tegelijk hebben ingezet. Dat meldt de Franstalige krant L’Echo.

De omvang van het fenomeen contrasteert sterk met het voorgaande jaar: in 2025 verhoogden slechts 16 gemeenten één van deze twee belastingen. Dat het aantal betrokken gemeenten meer dan zes keer zo hoog ligt, toont hoe snel de lokale financiën erop achteruitgaan, vooral in de grote Waalse steden. In Luik, Charleroi, Namen en Bergen wordt de situatie als zorgwekkend beschouwd.
Onroerende voorheffing: eigenaars in de vuurlinie
De druk is het grootst voor de onroerende voorheffing. Met 86 gemeenten die hun opcentiemen hebben verhoogd, worden vastgoedeigenaars het eerst getroffen. Concreet wordt deze belasting berekend op basis van het kadastraal inkomen van het pand, waarop een gewestelijk tarief en vervolgens gemeentelijke opcentiemen worden toegepast. Die opcentiemen verhogen betekent dus dat de jaarlijkse factuur voor elke eigenaar rechtstreeks stijgt, ongeacht of je zelf in de woning woont of ze verhuurt.
Voor een gemiddeld gezin kunnen enkele bijkomende opcentiemen oplopen tot tientallen of zelfs honderden euro’s extra lasten per jaar. In tegenstelling tot aanvullende belasting op de personenbelasting (APB) wordt deze belasting bovendien geheven los van je inkomen: ook eigenaars met een bescheiden inkomen ontsnappen er niet aan. Huurders zijn evenmin volledig beschermd: verhuurders kunnen geneigd zijn de stijging door te rekenen in de huurprijs, waardoor de impact van de maatregel nog toeneemt.
Structurele uitgaven in sterk stijgende lijn
Gemeenten worden geconfronteerd met een opstapeling van moeilijk te vermijden structurele kosten: pensioenen, hulpdiensten, OCMW’s en politiezones wegen steeds zwaarder op de lokale begrotingen. Deze uitgaven nemen automatisch toe, los van de beleidskeuzes van het gemeentebestuur.
De Federale hervorming van de personenbelasting verergert de situatie
Bovenop deze druk komt een nieuwe factor: de federale hervorming van de personenbelasting (PB). De geleidelijke verhoging van de belastingvrije som (het deel van het inkomen dat niet wordt belast) zal automatisch de inkomsten verminderen die gemeenten halen uit hun gemeentelijke opcentiemen. Het verlies wordt geraamd op tussen de 95 en 135 miljoen euro voor alle Waalse gemeenten samen tegen 2030.
Door dit dubbele schaareffect — stijgende uitgaven en dalende federale inkomsten — hebben veel gemeenten geen andere keuze dan dit te compenseren via de lokale fiscaliteit, ten nadele van gezinnen die door de economische context al kwetsbaar zijn.