Kleine ‘plug & play’-zonnepanelen zijn allang geen rariteit meer. In Duitsland werd in juni 2025 de kaap van één miljoen geregistreerde installaties overschreden! Dat gebeurde onder andere na een stevige regelgevende versnelling die ook de rechten versterkte van huurders en mede-eigenaars die er wilden plaatsen. Hoe zit dat bij ons?

De Europese context duwt duidelijk in dezelfde richting: SolarPower Europe schat dat het bestaande zonnepark in de EU in de eerste helft van maart 2026 meer dan 110 miljoen euro aan gasimport per dag heeft vermeden, en daarna 3,77 miljard euro over de volledige maand.
Waarom deze minipanelen zo populair zijn
Hun grootste troef is de eenvoud. Eén of twee kleine panelen, een goedgekeurde micro-omvormer, een stopcontact, en de elektriciteit gaat in de eerste plaats naar het basisverbruik van de woning. Op papier is dat perfect voor een appartement, een balkon of een terras. Het zorgt er immers voor dat je voor een stuk je zelfverbruik kan afdekken, en dat zonder werf, zonder enorm dak en zonder een budget met vijf cijfers. Goed om te weten: in België mogen alleen door Synergrid goedgekeurde toestellen wettelijk gebruikt worden.
In België is het antwoord: ja, maar met kanttekeningen…
Sinds 17 april 2025 zijn plug & play-zonnekits toegelaten in België. In Wallonië moeten ze aangegeven worden bij de netbeheerder. In Brussel heb je een slimme meter nodig en moet je aangifte doen bij Sibelga – zonder recht op groenestroomcertificaten. In Vlaanderen is registratie niet verplicht met een digitale meter en een omvormervermogen van minder dan 800 W. Met een klassieke analoge meter of vanaf 800 W, is die aangifte wel verplicht.
De echte test is jouw profiel
Op papier kan het interessant zijn. Een kit van 400 W kost vandaag iets minder dan 500 euro, maar volgens Testaankoop mag je in België niet rekenen op meer dan 380 kWh per jaar. Concreet kan dat ongeveer 115 euro aan jaarlijkse besparing opleveren als de opgewekte elektriciteit meteen wordt verbruikt. Anders gezegd: het is interessant voor een gezin dat overdag thuis is, met een goed georiënteerd balkon en een beperkt maar continu basisverbruik. Je moet je dus ook niet inbeelden dat je volledig energie-autonoom wordt…
Wat het enthousiasme snel kan temperen
De grootste valkuil is niet de Belgische zon, die vaak als excuus wordt gebruikt. In de realiteit ligt het aan de elektrische installatie en de woonsituatie. De FOD Economie raadt een vast stopcontact aan (dus geen stekkerdoos en geen verlengkabel) en adviseert om na te gaan of het circuit en de installatie geschikt zijn. In Brussel kan voor een kit die zichtbaar is vanaf de straat bovendien een stedenbouwkundige vergunning nodig zijn. In een mede-eigendom of huurwoning moet je bovendien ook de interne regels nakijken en de nodige toestemmingen verkrijgen.
Dus: interessant of niet?
Ja, in België is dit zeker een interessant idee om te overwegen. Vooral voor huurders, appartementen en gezinnen die een eerste stap richting zonne-energie willen zetten zonder grote werken. Voor anderen blijft een klassieke installatie op een goed georiënteerd dak rendabeler.