Wanneer het mooie weer terug zijn intrede doet, vinden vogels zelf genoeg te eten. En de hulp die we hen in de winter proberen te bieden, kan dan net te veel van het goede worden!

In de winter geven goedgevulde voederhuisjes vogels echt een duwtje in de rug. Wanneer vriesweer de toegang tot wormen, insecten en natuurlijke zaden blokkeert, verbruiken vogels veel energie om te overleven. Hen wat voedsel aanbieden, kan dan echt het verschil maken.
Maar in de lente verandert alles. De knoppen verschijnen, de insecten komen terug, de wormen komen weer naar boven, bessen en jonge scheuten vullen het menu aan. Kortom: de natuur opent haar buffet opnieuw! Op dat moment hebben vogels onze hulp om zich te voeden niet echt meer nodig.
Blijven strooien met zaden kan zelfs averechts werken. Wat enkele weken eerder nog nuttig leek, kan dan een natuurlijk evenwicht verstoren dat zonder ons heel goed werkt! Heel wat specialisten raden trouwens aan om tegen eind maart te stoppen met voederen. Dan vormen de weersomstandigheden immers geen rechtstreekse bedreiging meer voor het overleven van vogels.
Waarom dat een probleem kan zijn
Het echte probleem is niet alleen dat voederen nutteloos wordt. Met zachtere temperaturen worden voederhuisjes ook plekken waar bacteriën en parasieten zich makkelijk kunnen verspreiden. Voedselresten bederven sneller, vocht blijft hangen en meerdere vogels komen op dezelfde plaats samen, soms met velen tegelijk.
Die nabijheid bevordert de overdracht van ziektes, zoals salmonellose of trichomonose. Dat laatste wordt bijzonder goed opgevolgd, omdat ze bijdraagt aan de achteruitgang van de Europese groenvink, een bekende bezoeker van onze tuinen.
Wat je in de plaats best doet
Stoppen met vogels voeren betekent niet dat je hen in de steek laat. Integendeel. Er zijn in deze periode nuttigere en veiligere dingen om voor hen te doen. Het eerste is water beschikbaar laten. Drinkplaatsen zijn het hele jaar door essentieel: vogels drinken er niet alleen, ze wassen zich er ook om hun verenkleed te onderhouden.
Let er wel op letten dat je het water elke dag ververst. Stilstaand water trekt snel muggen, ziektekiemen en parasieten aan. Een schone, eenvoudige en ondiepe drinkplaats is veel nuttiger dan een te druk bezocht voederhuisje.
De beste bondgenoot: een natuurlijke tuin
Om vogels duurzaam te verwelkomen, gaat er niets boven een natuurlijke tuin. Hagen en struiken bieden beschutting en soms ook voedsel. Boomgaarden, bloemenweides en wat wilder gelaten zones trekken insecten, fruit en zaden aan. Een vijver of een kleine waterpartij brengen nog meer leven en extra jachtmogelijkheden!
In de praktijk betekent dat vaak: wat minder maaien, enkele hoekjes wat vrijer laten, niet alles tot in de puntjes “opruimen” en aanvaarden dat een levende tuin er niet altijd uitziet als op een foto in een magazine!