De wetgeving rond het goederenrecht die op 1 september 2021 in werking treedt geeft nieuwe regels aan over wie de herstellingen moet betalen aan een huis dat iemand in vruchtgebruik heeft. Wat moet je daarvan weten?
Kleine herstellingen
Ook onder de nieuwe wet blijft de regel dat de vruchtgebruiker de onderhoudsherstellingen aan het onroerend goed waarop hij het vruchtgebruik heeft moet betalen.
De wet zegt nu eenmaal dat hij de onderhoudsherstellingen moet doen die, op korte of lange termijn, nodig zijn om de waarde van het goed te vrijwaren, onder voorbehoud van normale slijtage, ouderdom of overmacht.
Grove herstellingen
Voor grove herstellingen zal integendeel een andere regeling gelden dan tot nu toe het geval was. Meer bepaald zegt de nieuwe wet dat de blote eigenaar die deze herstellingen uitvoert (na overleg met de vruchtgebruiker) van de vruchtgebruiker kan eisen dat hij proportioneel bijdraagt in de kosten van deze herstellingen.
Deze bijdrage wordt bepaald in verhouding tot de waarde van het vruchtgebruik tegenover de waarde van de volle eigendom. Ieder betaalt deze werken dus deels waarbij het gedeelte dat elkeen betaalt afhankelijk is van de waarde van het vruchtgebruik.
Wat zijn grove herstellingen?
Ook dat staat in de nieuwe wet. Het gaat meer bepaald om herstellingen die betrekking hebben op de structuur van het goed of van zijn inherente bestanddelen of waarvan de kosten manifest de vruchten van het goed te boven gaan.
Weet wel dat de blote eigenaar niet moet meebetalen in herstellingen (zelfs grove) die nodig zijn aan gebouwen die de vruchtgebruiker heeft aangebracht of voor herstellingen die uitsluitend aan de vruchtgebruiker te wijten zijn.
Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)