Bij het einde van de huur moeten de huurder en verhuurder een oplossing vinden voor de huurwaarborg. Als dat niet lukt in onderling akkoord is een procedure voor de rechtbank vaak onvermijdelijk…
De huurwaarborg die de huurder stelt kan alleen maar worden vrijgegeven in onderling akkoord of na een beslissing van de rechtbank die aangeeft aan wie die toekomt.
Op papier zetten
Kom je tot een akkoord over hoe de waarborg moet worden vrijgegeven, zet dat dan op papier. Onderteken dat zelf en laat dat ook doen door de andere partij. Zijn er meerdere huurders of verhuurders, dan is het aangewezen dat zij allemaal hun akkoord bevestigen met de inhoud van die overeenkomst.
Geen akkoord en dan?
Lukt het niet om tot een akkoord te komen dan zal de vrederechter een beslissing moeten nemen. Om de kosten van een procedure (waar je misschien wel een beroep wil doen op een advocaat) te vermijden zou je in eerste instantie een verzoeningsprocedure kunnen starten. Kom je daar niet tot een akkoord dan moet een ‘echte’ procedure worden gevoerd, met alle kosten van dien. De kans is dan ook niet onbestaande dat de kostprijs van de procedure uiteindelijk het bedrag van de inzet daarvan zal overstijgen.
Verjaring
Als verhuurder wacht je overigens maar best niet te lang om actie met betrekking tot de huurwaarborg te ondernemen. Ligt je pand in het Vlaamse gewest en sloot je een woninghuurcontract af sinds 1 januari 2019, dan moet je namelijk de vrijgave van de huurwaarborg in je voordeel vragen binnen het jaar na het einde van de huur. Doe je dat niet, dan is er sprake van verjaring en komt de huurwaarborg toe aan de huurder.
Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)