Als je een dringend probleem hebt met je (ver)huurder kan je wel eens een kortgedingprocedure starten om tot een snelle oplossing te komen. Wanneer is dat mogelijk en welke maatregelen kan de rechter dan bevelen?
Sommige discussies die een huurder en een verhuurder hebben vragen om een snelle oplossing. Denk daarbij bv. maar aan het geval dat de huurder het pand half aan het afbreken is of dat de verhuurder nalaat een dringende herstelling te doen.
Kortgeding
Je kan in spoedeisende gevallen wel eens een kortgedingprocedure starten. Het Vlaamse woninghuurdecreet maakt het mogelijk om zo’ n zaken aanhangig te maken bij de vrederechter. Dat kan wel enkel voor huurcontracten die sinds 1 januari 2019 werden afgesloten. Voor andere contracten (en in Wallonië en Brussel) kan je terecht bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg.
Spoedeisend
Het is niet omdat jij vindt dat een zaak spoedeisend is dat de rechtbank dat ook zal vinden. Is er geen sprake van een ‘echte’ hoogdringendheid, dan zal de rechtbank je vordering afwijzen. Je zal dan een gewone procedure moeten beginnen. Zo kan je bv. als verhuurder in principe geen spoedeisendheid inroepen als de huurder de huur niet correct betaalt.
Welke maatregelen?
Zelfs als een zaak dringend is kan je niet zomaar gelijk welke maatregel via zo’n kortgeding procedure vragen. Zo kan je daar bv. geen ontbinding van de huurovereenkomst vorderen of een betaling van huurachterstallen. Je kan enkel wat men noemt ‘voorlopige maatregelen’ vragen. Zo zou je bv. kunnen vragen dat de rechter je huurder verbiedt om bv. bepaalde werken uit te voeren aan het pand en dit onder verbeurte van een dwangsom.
Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)