Als je een contract afsluit met een aannemer dan is dat in principe bindend en kan het naderhand niet meer zomaar worden aangepast. Het nieuwe wetboek verbintenissen nuanceert dit nu en laat toe het contract soms toch aan te (laten) passen. Wat moet je daarvan weten?
Jan Roodhooft, advocaat
Op 21 april laatstleden werd in het parlement een nieuw wetboek verbintenissenrecht goedgekeurd. Die wet geeft onder andere ook aan wat er met een contract gebeurt als er sprake is van een wijziging van omstandigheden. De nieuwe wet is weliswaar al gestemd maar treedt nog niet dadelijk in werking. Dat zal pas gebeuren op de eerste dag van de zesde maand volgend op de publicatie in het staatsblad. Dit laatste was op het moment van de redactie van deze tekst nog niet gebeurd. Verwacht wordt dat de inwerkingtreding eind dit jaar zal gebeuren.
Hoe zit het nu?
Op dit moment is het zo dat als je een beroep doet op een aannemer en die een vaste prijs met je afsprak, deze prijs niet zomaar kan worden veranderd en dit ook niet als er sterk gewijzigde omstandigheden zijn (zo bv. grote prijsstijgingen ten gevolge van een crisis). Je aannemer mag de prijs dan ook niet zo maar aanpassen zelfs als de prijs van materialen of deze van de lonen sterk steeg.
Iets anders wordt het als er een prijsherzieningsclausule in je aannemingsovereenkomst zou staan. Als die clausule effectief overeengekomen werd en ook geldig is, kan een aanpassing van de prijs wel aan de orde zijn.
Wat zegt de nieuwe wet?
De nieuwe wet laat ook zonder zo’n prijsherzieningsclausule soms toe om de voorwaarden (bv. de prijs) van de aannemingsovereenkomst nog in vraag te stellen en eventueel te wijzigen. Hoewel het uitgangpunt van de wet blijft dat elke partij haar verbintenissen moet nakomen ook al is de kostprijs van de uitvoering gestegen bestaat er op die regel toch een uitzondering.
Meer bepaald zegt de wet dat een wijziging van het contract (bv. van de aannemingsovereenkomst) toch aan de orde kan zijn als de wijziging van omstandigheden de uitvoering van het contract buitensporig bezwarend maakt, in die mate dat de uitvoering ervan redelijkerwijze niet langer kan worden geëist.
Wat zijn de voorwaarden?
Opdat zo’n wijziging aan de orde zou kunnen zijn moeten er nog een aantal andere voorwaarden vervuld zijn. Zo moet de verandering van de omstandigheden onvoorzienbaar geweest zijn bij de contractsluiting. De verandering moet bovendien ontoerekenbaar zijn aan je aannemer die het risico op dat vlak ook niet voor zijn rekening mag hebben genomen.
Het contract dat je met de aannemer afsloot kan de mogelijkheid om de voorwaarden van het contract aan te passen ook uitsluiten of integendeel verruimen. De wettelijke regeling is dan ook met andere woorden van aanvullend recht en geldt enkel als je geen andere afspraken maakte met de aannemer.
Hoe vragen?
Zijn de voorwaarden om een wijziging van het contract te vragen vervuld, dan zou je aannemer die een vaste prijs met je overeenkwam je kunnen vragen om het contract dat je met hem afsloot te heronderhandelen. Daarbij zou je dan bijvoorbeeld kunnen overeenkomen dat de aannemer uiteindelijk toch een zekere prijsverhoging mag toepassen, dat het contract eindigt waarbij de aannemer je bv. een beperkte schadevergoeding betaalt en dies meer. In de loop van deze onderhandelingen moet elke partij zijn verbintenissen blijven nakomen.
Kom je onderling niet tot een akkoord binnen een redelijke termijn, dan kan de aannemer de zaak voorleggen aan de rechtbank die zetelt in kortgeding. De rechter kan dan beslissen om het contract te behouden zoals dat is. Hij kan dat echter ook aanpassen of het contract deels of volledig laten eindigen. Als hij het aanpast zal de rechter trachten om het in overeenstemming te brengen met hetgeen de partijen redelijkerwijze zouden zijn overeengekomen op het tijdstip van de contractsluiting indien zij rekening hadden gehouden met de verandering van omstandigheden.