Als je als verhuurder in de loop van de huurovereenkomst werken doet aan het verhuurde pand dan maak je nadien maar beter een aanvullende plaatsbeschrijving op. Wat houdt dat precies in en hoe ga je daarbij te werk?
Waarom?
Als je tijdens de huurovereenkomst werken doet aan het huurpand (je plaatst bv. een nieuwe badkamer, nieuwe ramen enz…) dan zal de toestand van het verhuurde pand niet meer dezelfde zijn als deze bij het begin van de huur. Als de huurder dan nadien beschadigingen aanbrengt aan de uitgevoerde werken riskeer je dat niet te kunnen bewijzen en geen schadevergoeding daarvoor te kunnen vragen.
Hoe ga je te werk?
Vraag aan de huurder of deze bereid is om een aanvullende plaatsbeschrijving op te maken in onderling akkoord. Je kan daarbij voorstellen dat deze wordt opgemaakt op gezamenlijke kosten door diegene die de aanvankelijke plaatbeschrijving opmaakte.
Je hoeft bij de opmaak van deze plaatsbeschrijving overigens niet alles opnieuw te noteren. Het volstaat de wijzigingen ten gevolge van de werken aan de aanvankelijke plaatsbeschrijving te vermelden. Eens de plaatsbeschrijving is opgemaakt moet je die als verhuurder ook nog laten registreren.
De huurder weigert
Weigert de huurder mee te werken aan de opmaak, dan kan je de zaak aanhangig maken bij de vrederechter. Die zal dan een deskundige aanstellen om het bijvoegsel bij de plaatsbeschrijving op te maken.
Jan Roodhooft, avocat (www.advocatenroodhooft.be)