Het gebeurt wel eens dat een verhuurder in de loop van de huurovereenkomst bepaalde herstellings- of verfraaiingswerken wil doen aan het verhuurde pand. Moet de huurder dat dan zo maar aanvaarden of kan die zich daartegen verzetten? Wat zijn de spelregels?
Dringende herstelling?
Als er een dringende herstelling moet gebeuren aan het huurpand welke niet kan wachten tot het einde van de huurovereenkomst, kan de huurder de verhuurder niet verbieden om die uit te voeren. Iets anders is het als de verhuurder herstellings- of verfraaiingswerken wil uitvoeren die niet dringend zijn. Dergelijke werken moet de huurder niet dulden. De verhuurder kan deze enkel (laten) doen als de huurder het daarmee eens is.
Zo weinig mogelijk ongemak veroorzaken
Zelfs als de verhuurder al gerechtigd is om dringende herstellingen te doen moet de verhuurder de werken (laten) uitvoeren op een manier die de huurder het minste ongemak bezorgt en dit zelfs als dat een zekere meerkost voor de verhuurder met zich zou brengen (tegenover een andere meer hinderverwekkende uitvoeringswijze).
Vergoeding?
Meestal kan de huurder geen vergoeding vragen voor het mingenot dat deze heeft tijdens de werken. Iets anders wordt het als de werken echt lang duren (afhankelijk van het gewest waar het huurpand ligt gaat het om 30 of 40 dagen). Wordt de woning door de werken onbewoonbaar, dan zou de huurder ook de ontbinding van de huurovereenkomst kunnen vorderen.
Jan ROODHOOFT, avocat (www.advocatenroodhooft.be)