In het eerste kwartaal van 2026 komt de gemiddelde prijs van een huis in België uit op 359.965 euro, een stijging van 2,8 % tegenover het jaargemiddelde van 2025. Dat cijfer is belangrijk, maar het vertelt niet het hele verhaal! Achter dat nationale gemiddelde schuilen in werkelijkheid immers drie markten met heel verschillende gezichten.

Brussel buiten categorie, Vlaanderen hoger, Wallonië toegankelijker
Het zal niet als een verrassing komen: Brussel blijft veruit het duurste gewest, met een gemiddelde prijs van 607.219 euro voor een huis. In Vlaanderen loopt het gemiddelde op tot 395.829 euro. In Wallonië ligt het rond 272.272 euro, waarmee het duidelijk onder de twee andere gewesten blijft. Stijgingen worden overal opgemeten, maar het gaat niet overal even hard: +4,4 % in Brussel, +2,9 % in Vlaanderen, +1,6 % in Wallonië.
Die rustigere evolutie aan Waalse kant sluit trouwens aan bij de vaststelling van notaris Renaud Grégoire: “In Wallonië zitten we opnieuw met prijzen die niet sneller stijgen dan de inflatie.”
De provincies tonen aan dat alles afhangt van het adres
In Vlaanderen gaat de koppositie naar Vlaams-Brabant, met een gemiddelde van 447.715 euro. Helemaal aan de andere kant blijft Limburg de meest betaalbare Vlaamse provincie, met een gemiddelde van 349.583 euro.
In Wallonië trekt Waals-Brabant de prijzen omhoog, met een gemiddelde van 476.030 euro, ruim voor Henegouwen met 213.842 euro. Daartussen vinden we onder meer Luik met 266.155 euro, Namen met 274.143 euro en Luxemburg met 293.124 euro.
Een rustigere markt, maar geen verslapping
De echte les van dit begin van 2026 is misschien wel deze: de prijzen blijven stijgen, maar zonder algemene oververhitting! De forse stijgingen van 2025 lijken achter ons te liggen, zonder dat de markt volledig stilvalt. Concreet: de koorts zakt een beetje, maar de rekening blijft stevig.