In 2026 verhogen 88 Belgische gemeenten hun lokale opcentiemen. Een stijging die vooral weegt op kantoren en bedrijven!

In 2026 hebben 88 gemeenten beslist om hun lokale belastingen te verhogen, tegenover amper zes in 2025. Dat blijkt uit het Property Tax Report van financieel adviesbureau Ayming Belgium, dat focust op vastgoedbelastingen voor niet-residentiële gebouwen. Maar het onderwerp gaat uiteraard veel verder dan alleen kantoren: de belasting treft zowel particulieren als bedrijven die eigenaar zijn van vastgoed!
Belasting berekend op het kadastraal inkomen
Even opfrissen? Het systeem van de onroerende voorheffing is gebaseerd op het kadastraal inkomen (KI). Op die basis past het gewest een tarief toe, waarna daarbovenop de bekende opcentiemen van provincies en gemeenten komen. Met andere woorden: elk beleidsniveau legt er nog een extra laag bovenop. En in 2026 hebben sommige gemeenten duidelijk beslist om stevig door te duwen!
Gemeenten onder financiële druk
Waarom die forse stijging? De lokale financiën staan onder druk. “De stijgende kosten voor pensioenen, politie, brandweer en sociale diensten zetten de gemeentelijke financiën overal onder spanning,” zegt Dorian Clément, verantwoordelijke Finance & Fiscaliteit bij Ayming. Gevolg: gemeenten zoeken extra inkomsten!
Hij voegt eraan toe: “De vastgoedbelasting is het meest directe instrument waarover gemeenten beschikken, en daar maken ze nu gebruik van. Dat is niet onbelangrijk, want voor bedrijven die investeren of zich ergens willen vestigen, is vastgoedbelasting allesbehalve een detail!”
Vlaanderen blijft aantrekkelijker, ondanks de stijgingen
Op Belgisch niveau stijgt de fiscale druk op vastgoed van 50,58% naar 51,29%. Vlaanderen behoudt wel zijn positie als fiscaal aantrekkelijkste regio, met een gemiddelde van 47,22%.
Dat betekent niet dat alles er rozengeur en maneschijn is. In 2026 verhoogden 56 Vlaamse gemeenten hun basistarief. Nog gerichter: 24 gemeenten passen hogere tarieven toe specifiek voor bedrijven en kantoren, terwijl particulieren hetzelfde tarief behouden.
Brussel, kampioen in fiscale lagen
In Brussel krijgen eigenaars van kantoren te maken met een fiscale lasagne die bijzonder zwaar op de maag ligt! Ze betalen de onroerende voorheffing, een gewestbelasting op niet-residentiële oppervlakten én in bijna alle gevallen ook specifieke gemeentebelastingen op kantoren.
Met een gemiddelde onroerende voorheffing van 58,48% is Brussel nu al het zwaarst belaste gewest van het land, nog vóór die extra belastinglagen erbij komen. In 14 van de 19 Brusselse gemeenten ligt de totale fiscale druk intussen boven de 70%! In 2025 waren dat er nog maar negen…
Twee gemeenten overschrijden zelfs de symbolische grens van 80%: Schaarbeek met 81,58% en Sint-Joost-ten-Node met 80,02%.
Brusselse kantoren onder druk
Die zware fiscale lasten kunnen wegen op de aantrekkelijkheid van de hoofdstad. Volgens Dorian Clément zijn de effecten nu al zichtbaar op de markt.
“De gevolgen zijn zichtbaar op de kantorenmarkt”, zegt hij. “De leegstandsgraad in Brussel bedraagt 8,7% en stijgt sinds 2018. Bedrijven trekken steeds vaker naar de Vlaamse rand. De recent gevormde Brusselse gewestregering beschikt over hefbomen om die trend om te keren en moet nu de uitdaging aangaan om opnieuw vastgoedinvesteerders aan te trekken.”
In Wallonië noteert Waver de sterkste stijging
Wallonië kent een gemiddeld tarief van 55,22%. In 2026 verhoogden 24 Waalse gemeenten hun tarieven. De sterkste stijging is voor Waver, met een toename van 31%.
Nog een opvallend signaal: 48 Waalse gemeenten overschrijden intussen de kaap van 60%, vooral in Henegouwen. Ook daar vertalen lokale budgettaire keuzes zich rechtstreeks in de vastgoedfactuur…